In gesprek met: Inge Nuijten - Week tegen kindermishandeling

Het is de Week tegen Kindermishandeling. In deze week delen we bijzondere verhalen rondom het thema kindermishandeling. Vandaag het verhaal van huisarts Inge Nuijten: “Vaak zien we het wel, maar signaleren we het niet”.

In de praktijk van een huisartsenpost komt van alles voorbij. Van gekneusde tenen, tot hyperventilatie en hoge koorts. Soms is het crisis en soms is er sprake van een storm in een glas water. Het is een kunst om in alle hectiek niet alleen het leed dat voor het oog zichtbaar is te behandelen, maar ook hetgeen dat niet dat niet direct opvalt, zoals in het geval van kindermishandeling. “Vaak zien we het wel, maar signaleren we het niet”, constateert huisarts Inge Nuijten.

Twee dagen in de week staat Inge in haar praktijk in Westervoort, nabij Arnhem. Daarnaast staat ze enkele dagen op de huisartsenpost, via Onze Huisartsen, een overkoepelende organisatie van huisartsen en zorgprofessionals in regio Arnhem. Als kader-arts spoedzorg is Inge met name verantwoordelijk voor medisch inhoudelijke ondersteuning en raadgeving op de post. Hier komt ze regelmatig in contact met kinderen, jongeren en gezinnen die klein- of groot leed hebben opgedaan. En hier zit vaak meer achter, dan men op het eerste gezicht zou denken.

Hoe duid je iets dat niet bedoeld is om gezien te worden?

Volgens Inge is het geen uitzondering dat gevallen van kindermishandeling en huiselijk geweld terecht komen in de praktijk. Toch worden deze gevallen niet stelselmatig herkend. Dit blijft moeilijk, want hoe duid je iets dat niet bedoeld is om gezien te worden?

“Huisartsen en triagisten (een eerste aanspreekpunt van de huisartsenpost, red.) werken vaak met een ‘pluis of niet pluis-gevoel’. Daarom moeten we ook gericht onderzoek doen. En als we iets niet kunnen verifiëren, dan moeten we daarop actie ondernemen. Door dit met elkaar te delen, maak je elkaar alert.”  

Soms gebeurt dit al na een telefoontje met een triagist. Komt er een melding over een baby die van een bank gevallen is, dan kan er al een belletje gaan rinkelen. Is dat niet wat overdreven?

Kindermishandeling, dichterbij dan je denkt

“Een onveilige situatie doet zich snel voor en niet per se in de voorbeeldsituatie van zware kindermishandeling”, ligt Inge toe. “Het kan ook zitten in onoplettendheid. Een ouder kan naar boven lopen terwijl een baby zonder toezicht op een bank blijft liggen, om er vervolgens van af te vallen. Door juist dit soort gevallen vroegtijdig te signaleren kan je op tijd ondersteuning bieden aan ouders, wat maakt dat alertheid juist noodzakelijk is.”

Toch blijft het een uitdaging. “Wat je niet kent, kan je ook niet herkennen”, zegt Inge. “En kindermishandeling kan vele vormen hebben. Bovendien zijn kinderen heel loyaal en meesters in het verbergen van signalen van kindermishandeling. Vooral kleintjes zou je als arts standaard zeer zorgvuldig moeten controleren op blauwe plekken op zeldzame plekken. Ook als een zo’n kindje binnenkomt voor iets kleins als een snottebel of oorpijn.”

Open gesprekken met een ouder of voogd horen erbij, hoe beladen dit ook voelt

Inge is hier standvastig over. Vroege signalering van een lastige thuissituatie kan veel leed voorkomen. Zo heeft Inge zelf regelmatig te maken met situaties in de praktijk, waar meer achter schuilt. Soms ligt dit aan psychische kindermishandeling. Zo komen veel kinderen langs die vaak hoofd- of buikpijn hebben. Dan blijkt dat hun ouders bijvoorbeeld in een vechtscheiding zitten. Dat er veel woordenwisselingen of geweld plaatsvinden thuis. Dan blijken de fysieke klachten dus te ontstaan door de stressvolle basis van het thuisfront.

Open gesprekken met een ouder of voogd horen erbij, hoe beladen dit ook voelt.

“Je moet er toch vanuit gaan, in welk geval van letsel of kindermishandeling dan ook, dat ouders altijd het beste met hun kind voor zullen hebben. Kindermishandeling komt vaak voort uit onmacht of kwetsbaarheid bij de ouders.”

“Het is een kunst om dit thema op een veilige manier bespreekbaar te maken bij de ouders. Bijvoorbeeld door uit te leggen dat alle kinderen op deze manier moeten worden nagekeken, om voortijdig te kunnen signaleren of te kunnen ondersteunen waar nodig. En elke ouder zou dat begrijpen”

Is dat zo?

“Bij sommige mensen lucht het zelfs op, het opent de weg naar hulp. Soms zitten mensen zo erg gevangen in hun eigen systeem. Als het probleem niet wordt aangekaart, hebben ouders zelf ook niet de opening om echt om hulp te vragen.”

Deze methode opent dus het gesprek en de mogelijkheden voor ouders die het moeilijk hebben. En dat is nog altijd beter, dan om in een keer verstrekkende maatregelen te nemen, zoals het uit huis plaatsen van een kind.

Hulp, dichterbij dan je denkt

“Soms kun je vermoedens niet hard of bespreekbaar maken, maar als er op dat moment geen spoed of levensbedreigende situatie is, hebben sommige situaties nog tijd om te verbeteren. Het is dan wel belangrijk dat de betrokkenen dan in beeld blijven om andere acties te ondernemen, zoals een gesprek met Veilig Thuis of een overdracht naar de eigen praktijk. Zo kunnen ouders die tegen zaken aan lopen toch de juiste hulp krijgen die nodig is. Hulp heeft heel veel gradaties.”

Iedereen die met kinderen omgaat, kan signaleren. Als iets niet goed voelt, zit het vaak ook niet goed. Tegenwoordig kunnen mensen melding maken als iets niet in de haak is in een meldregister. Komen er meerdere meldingen binnen, dan kan men actie ondernemen.

Week tegen Kindermishandeling